gedicht
21-09-2009 22:22
- (7)
-
permalink- in
gebabbel Zaterdagavond laat reed ik over de A4 en las boven mijn hoofd: "Gordels om. Ook achterin". Nou zat er voor de verandering eens niemand achterin mijn lieve Aygootje, en zelf droeg ik zoals gewoonlijk braaf mijn gordel, maar toch was ik gegrepen door de tekst. Dat kwam door die punt. Vroeger, dacht ik bij mezelf, laten we zeggen: in de jaren tachtig, zou daar hebben gestaan: "Gordels om, ook achterin!". Dat klinkt nu hopeloos ouderwets (ik chargeer). Tegenwoordig is het hip om zinnen in stukken te hakken, à la Aaf en à la Jip & Janneke. (En Annie MG doet dat echt, kan ik jullie verzekeren. Ik lees zeer veel Jip en Janneke-verhaaltjes en weet tot in de puntjes (...) wat Jip&Janneke-taal inhoudt.)
Waarom is het hip om een zin in stukken te hakken? Ten eerste natuurlijk omdat het een onderscheid biedt met wat eerder was. Zo is Times New Roman niet hip meer, omdat het lettertype je onmiddellijk doet denken aan halverwege de jaren negentig toen Microsoft het immens populair maakte. Dat heeft weinig te maken met het lettertype an sich, zeg ik als lettertypenleek. En de stonewashed spijkerbroek heeft jarenlang associaties opgeroepen met junks en ander straatarm volk, puur omdat die broek sinds halverwege de jaren tachtig niet meer in de mode was. Tegenwoordig kan de stonewashed spijkerbroek weer wél (als ik me niet vergis), omdat de jaren tachtig weer in de mode zijn. Dat heeft dus evenmin te maken met die broek zelf, maar meer met de context.
Bij de in stukken gehakte zinnen speelt er meer dan puur mode. We lezen steeds meer van scherm en houden daarom van korte zinnen. Er wordt gesms't en getwitterd dat het een lieve lust is: het kort houden van je zinnen is tot kunst verheven. Zelf knip ik mijn zinnen óók zoveel mogelijk in stukken, zowel op mijn werk als privé. Dat ik de NRC.next lees, versterkt die neiging alleen nog maar (op mij werkt schrijfstijl besmettelijk). Ik heb er dan ook niets tegen, behalve dan tegen één aspect van het in stukken hakken. Ik vergelijk sinds jaar en dag zaken graag met mijn Koos Postema-gevoel, en dat doe ik ook nu weer. Een in-stukken-gehakte zin geeft mij het Koos Postema-gevoel: het boezemt me in, ik ben onder de indruk. Tegen wil en dank. Koos Postema straalt met zijn rust en langzame bewegingen iets uit waardoor ik geloof dat hij enorm belangwekkende dingen te vertellen heeft. Toch heb ik nooit iets enorm belangwekkends van hem vernomen - ook niet minder belangwekkend dan van andere BN'ers, maar die wekken dan ook meestal niet zo'n indruk. Hoewel... Ivo Niehe. Ruud de Wild. Henkjan Smits. Maar toch.
Vooral het tweede deel van de zin - of dus eigenlijk: het tweede zinnetje - krijgt zoveel nadruk, dat ik er bijzonder veel waarde aan ga hechten. Vergelijk de volgende twee zinnen eens:
"Ik hou van chocolade en van koekjes."
"Ik hou van chocolade. En van koekjes."
De eerste zin is heel straight maar ook tamelijk vluchtig - hij is voorbij voor je het weet en je bent haast alweer vergeten waar ik zo van hou (reminder: chocolade en koekjes). De tweede zin komt met die toevoeging van de koekjes - in eerste instantie tamelijk achteloos, alsof je die koekjes vergeten was te noemen en ze er snel nog even achteraan gooit terwijl je eigenlijk al klaar was met praten. Maar in tweede instantie zijn die koekjes kennelijk toch wel belangrijk genoeg om er een hele zin aan te wijden. Het maakt me opmerkzaam. "En van koekjes." Koekjes? Waar?
En dat vind ik dus een beetje jammer aan de in-stukken-gehakte zinnen. Dat ze die koekjes zo belangrijk maken, terwijl het in-stukken-hakken meestal gewoon een maniertje is van de schrijver die met z'n tijd mee wil gaan. Hij bedoelt er niets mee. De tweede zin heeft feitelijk geen andere betekenis dan die eerste.
(Het is allemaal geen halszaak natuurlijk, deze hele kwestie. Maar zoveel gedachten heb ik niet tegenwoordig, dus áls ik er eens eentje heb, dan deel ik 'm graag :-))
Lees meer...
(7 reacties)